Begrippenlijst

Documentatie

- DEVELOPER=2: Technische documentatie op pagina niveau

- FIPS: Functionele invoerproces

- FUPS: Functionele uitvoerproces

- IDO: Input Data Output

- TIPS: Technische invoerproces

- TUPS: Technische uitvoerproces

Implementatie

- Bedrijfsproces: Een bedrijfsproces is een reeks van gerelateerde activiteiten of stappen binnen een organisatie die wordt uitgevoerd om een specifiek doel of resultaat te bereiken, zoals het leveren van een product of dienst. Het is vaak herhaalbaar en kan efficiëntie en effectiviteit verbeteren door taken, middelen en workflows te optimaliseren.

- Blauwdruk: Het proces van de klant, uitgewerkt in kaartjes (procesflow), genummerd en per kaartje beschreven: a. de verwachting, b. Acties DK. c. Acties klant.

- User story: Een user story is een korte, eenvoudige beschrijving van een softwarefunctionaliteit vanuit het perspectief van de eindgebruiker, vaak in de vorm: Als [type gebruiker] wil ik [doel] zodat [reden/waarde]. Het helpt ontwikkelteams om de wensen en behoeften van gebruikers beter te begrijpen en prioriteiten te stellen in het ontwikkelingsproces.

Module documenten - DMS

- Datum: Dit is de datum waarop een document is aangemaakt of geregistreerd.

- Inhoud: Dit is de inhoudelijke data of tekst van een document.

- Koppeling: Dit is een verwijzing naar het document of de bijbehorende bron

- Maak document aan o.b.v. sjabloon: Dit is een functie om een nieuw document te genereren vanuit een standaardtemplate.

- Nr.: Dit is een uniek nummer of ID van het document in het systeem.

- Relaties: Dit is een functie die filtert op klant, leverancier of andere betrokken partijen.

- Titel: Dit is de naam van het document, vaak beschrijvend voor inhoud of onderwerp.

- Type: Dit is een functie die filtert op type document (PDF, DOCX, e-mail, etc.).

- Upload bestand: Dit is een functie om een extern bestand toe te voegen aan het systeem.

- Verloopdatum: Dit is de datum waarop een document niet langer relevant is.

Module handel

- Artikelbewerking: Welke bewerking wordt er aan dit artikel gedaan, voordat het verkocht kan worden?

- Artikelnaam: Voer een duidelijke en unieke naam in voor het artikel.

- Artikelnaam inkoop: Dit is de naam van het artikel, zoals het bekend staat bij de leverancier.

- Artikelnummer: Dit is het unieke ID dat het systeem toekent of dat handmatig kan worden ingevoerd.

- Artikelnummer inkoop: Dit is het artikelnummer van het artikel, zoals het bekend staat bij de leverancier.

- Artikelprijs inkoop: Dit is de basis inkoop artikelprijs van de leverancier.

- Backorder: Een bestelling die niet onmiddellijk kan worden voldaan omdat het product niet op voorraad is. De bestelling wordt uitgeleverd zodra de voorraad beschikbaar is.

- Barcode: Dit kan een apart nummer zijn, of het is gelijk aan het artikelnummer, weergegeven in dikke en dunnen streepjes naast elkaar.

- Besteladvies: Wanneer de minimale voorraad bereikt is, welk aantal zou je dan willen dat moet worden besteld?

- Bestelkosten: De kosten die gepaard gaan met het plaatsen van een nieuwe bestelling. Dit omvat vaak administratie, transport en behandelingskosten.

- Bestelniveau: Het punt waarop een nieuwe bestelling geplaatst moet worden om voorraadtekorten te voorkomen. Dit niveau wordt vaak berekend op basis van de levertijd en het gemiddelde verbruik.

- Bruto Winst: De winst na aftrek van inkoopkosten maar voor aftrek van overige kosten. Dit wordt ook wel de brutomarge genoemd.

- Categorie: Dit is een belangrijke instelling van waaruit bepaald wordt wat de boekingsgang is voor voorraad, kosten, herwaardering en omzet.

- Consignatievoorraad: Voorraad die eigendom blijft van de leverancier tot het moment dat het wordt verkocht door de detailhandelaar. Dit vermindert het risico voor de winkelier.

- EAN: Het is een Europees Artikel Nummer. De cijferreeks staat onder de streepjescode op een product en geeft het product een uniek kenmerk.

- Eco. voorraad: Dit omvat alle artikelen die besteld maar nog niet ontvangen zijn. Het systeem berekent dit door inkoop (aantal besteld) minus verkoop (aantal besteld) plus correcties.

- Economische voorraad: Dit omvat alle artikelen die besteld maar nog niet ontvangen zijn. Het systeem berekent dit door inkoop (aantal besteld) minus verkoop (aantal besteld) plus correcties.

- Eigenaar: Geeft aan welke entiteit binnen de organisatie het artikel bezit.

- Fabrikant: Dit is niet het bedrijf die het artikel levert, maar degene die het artikel gemaakt heeft.

- Factuur: Een document dat een klant ontvangt voor een aankoop, met details over de prijs en betalingsvoorwaarden. Dit is ook de basis voor de boekhouding.

- FiFo: FIFO (First-In, First-Out) is een methode in voorraadbeheer waarbij de oudste voorraaditems als eerste worden verkocht of gebruikt. Dit principe zorgt ervoor dat producten in volgorde van binnenkomst uit de voorraad worden gehaald, wat veroudering of bederf helpt voorkomen.

- Fustartikel: Dit is een artikel waarin andere artikelen bewaard worden. Zoals kratten, pallets, dozen.

- Gekoppelde activiteit: Voor de vertaling tussen artikel en begrotingsregel in een project kan hier een activiteit gekoppeld worden, om het aantal uur te kunnen begroten.

- GTIN: Global Trade Item Number (GTIN) - Variant van artikelnummer, wordt vaak als barcode gebruikt.

- Heeft tellerstand: Veel machines (auto's of kranen) registreren een tellerstand. Wanneer dit veld aan gaat, dan is de tellerstand apart vast te leggen.

- Inkoop open: Dit omvast alle artikelen die nog in bestelling staan bij een leverancier en niet geleverd zijn.

- Inkoopeenheid: Dit is de eenheid waarin het product ingekocht wordt.

- Inkooporder: Een inkooporder is een formele bestelling die een bedrijf plaatst bij een leverancier voor goederen of diensten. Het document specificeert de hoeveelheid, prijs, leveringsvoorwaarden en andere relevante details van de aankoop.

- Inkoopprijs: De prijs die een bedrijf betaalt om producten in te kopen. Dit vormt de basis voor het bepalen van de verkoopprijs.

- Just-in-Time (JIT): Een voorraadbeheerstrategie waarbij producten alleen worden besteld wanneer ze nodig zijn. Dit minimaliseert opslagkosten en overtollige voorraad.

- Kortingsgroepen: Groepen klanten die een speciale korting krijgen op basis van bepaalde voorwaarden. Dit wordt vaak toegepast om loyaliteit te bevorderen.

- Krediettermijn: De periode die een klant heeft om een factuur te betalen. Dit varieert meestal van 30 tot 90 dagen, afhankelijk van de overeenkomst.

- Leverancier: Een partij die goederen of diensten levert aan een bedrijf. Leveranciers spelen een cruciale rol in de inkoop en voorraadbeheer.

- Levertijd: De tijd die verstrijkt tussen het plaatsen van een bestelling en de ontvangst ervan. Dit heeft invloed op het voorraadbeheer en het bestelniveau.

- LiFo: LIFO (Last-In, First-Out) is een voorraadbeheer methode waarbij de meest recent binnengekomen voorraaditems als eerste worden verkocht of gebruikt. Dit principe kan nuttig zijn bij niet-bederfelijke goederen, maar is minder geschikt voor producten met een houdbaarheidsdatum.

- Magazijn: Een magazijn is een ruimte waarin goederen tijdelijk opgeslagen worden. Dit kan ook een locatie zijn binnen een groter locatie.

- Marges: Het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs. Dit bepaalt de winstgevendheid per product.

- Maximale voorraad: Dit veld helpt te voorkomen dat er te veel voorraad wordt aangelegd. Het systeem zal voorstellen om de voorraad aan te vullen tot deze maximumwaarde, rekening houdend met wat er al onderweg is.

- Merk: Selecteer het merk van het artikel uit de beschikbare merken in het systeem. Het systeem biedt een zoekfunctie voor merken als de lijst lang is.

- Minimale voorraad: De minimale hoeveelheid van een product die altijd op voorraad moet zijn om uitverkocht raken te voorkomen. Dit helpt bij het tijdig plaatsen van nieuwe bestellingen.

- Minimumvoorraad: De minimale hoeveelheid van een product die altijd op voorraad moet zijn om uitverkocht raken te voorkomen. Dit helpt bij het tijdig plaatsen van nieuwe bestellingen.

- Netto Winst: De winst na aftrek van alle kosten, inclusief operationele kosten, belastingen en rente. Dit is de uiteindelijke winst van een bedrijf.

- Nog beschikbaar: Wanneer een artikel wel een historie kent, maar nu niet meer geleverd wordt, kan die hier worden uitgeschakeld.

- Offerte: Een prijsopgave die een bedrijf aan een klant verstrekt voor een specifieke opdracht of bestelling. Het is een voorstel dat de klant kan accepteren of afwijzen.

- Omzet: De totale verkoopwaarde van alle producten of diensten in een bepaalde periode. Dit wordt berekend door het aantal verkochte producten te vermenigvuldigen met de verkoopprijs.

- Opslagkosten:

- Pallet:

- Productieartikel: Dit is een eigen artikel, die wordt samengesteld uit andere ingekochte artikelen. De assemblage

- Retourbeleid: De regels en voorwaarden voor het terugsturen van producten door klanten. Een goed retourbeleid helpt de klanttevredenheid te verhogen.

- Serienummer: Een serienummer is een unieke code die door de fabrikant aan een exemplaar uit een reeks producten gegeven wordt. Het is bedoeld om dit specifieke exemplaar te kunnen identificeren en kan bestaan uit cijfers of een combinatie van cijfers en letters (alfanumerieke tekens).

- Type merk: Type aanduideling van een merk.

- Type product: Door het product toe te wijzen aan een type, zal dit bewerkscherm specifiek worden ingericht voor dit type product.

- Vaste verrekenprijs: Dit zijn de totale kosten voor inkoop, transport, handeling en opslag, verrekend in 1 bedrag.

- Veiligheidsvoorraad: Extra voorraad die wordt aangehouden om onverwachte vraagfluctuaties op te vangen. Dit voorkomt voorraadtekorten.

- Verkoopeenheid: Dit is de eenheid waarin het product verkocht wordt. Een praktijkvoorbeeld is een artikel dat u per doos van 100 stuks bestelt met een prijs van 10 euro per stuk. De prijseenheid is 'stuks' en de besteleenheid is 'doos'.

- Verkoopkanaal:

- Verkooporder: Een verkooporder is een document dat een bedrijf opstelt wanneer een klant een bestelling plaatst voor goederen of diensten. Het bevat details zoals de hoeveelheid, prijs, leveringsdatum, en andere voorwaarden van de verkoop.

- Verkoopprijs: De prijs waarvoor een product aan klanten wordt verkocht. Dit omvat meestal de inkoopprijs plus een marge.

- Verpakkingsverhouding: Wat is de hoeveelheid artikelen die als geheel verpakt zijn. Denk aan 12 eieren in een doosje, of 6 blikjes bier in 1 verpakking.

- Voorraadbeheer: Het proces van het bijhouden en beheren van de beschikbare voorraad in een bedrijf. Het doel is om de juiste hoeveelheid voorraad op het juiste moment te hebben.

- Voorraadhoudend: Dit veld geeft aan of van dit artikel voorraad moet worden bijgehouden.

- Voorraadwaarde: De totale waarde van alle producten op voorraad. Dit wordt berekend door de hoeveelheid voorraad te vermenigvuldigen met de inkoopprijs.

- Vrije voorraad: Dit omvast alle artikelen die in het magazijn liggen en niet al gereserveerd zijn voor klanten. Het systeem berekent dit door inkoop (aantal geleverd) minus verkoop (aantal besteld) plus correcties.

- Werk voorraad: Dit omvast alle artikelen die in het magazijn liggen. Het systeem berekent dit door inkoop (aantal geleverd) minus verkoop (aantal geleverd) plus correcties.

- Winst: Het bedrag dat overblijft nadat alle kosten van de omzet zijn afgetrokken. Winst wordt berekend als omzet minus kosten.

- Zichtbaar in administratie: Niet elk artikel is in alle administraties beschikbaar voor verkoop. Geef per artikel aan in welke administratie deze gebruikt moet kunnen worden.

Module handelscontracten

- Aantal: Dit is de hoeveelheid artikelen of materialen, uitgedrukt in bijvoorbeeld stuks of tonnen.

- Afroep Nr.: Dit is een uniek nummer van de specifieke afroep binnen een contract.

- Afroep verkoop: Dit is de concrete afroep (oproep tot levering) binnen een verkoopcontract.

- Afroepdatum: Dit is de datum waarop de afroep binnen het contract is vastgelegd.

- Akkoord: Dit is de status die aangeeft of het contract formeel is goedgekeurd.

- Ana. fin. verw.: Dit geeft met ja of nee aan of wordt verwacht dat de analyse financieel kan worden afgerond.

- Analyse verstuurd: Dit duidt aan dat het analysemateriaal of de analyseresultaten zijn verzonden.

- Archiveren: Dit is een aanduiding of actie waarmee een batch, order of record wordt afgesloten en opgeslagen voor historisch gebruik.

- Artikel Nr.: Dit is een uniek identificatienummer van een artikel binnen het systeem.

- Backorder: Dit is het deel van de bestelling dat nog niet geleverd is.

- Batch: Dit is een afgebakende partij materiaal die als één geheel wordt verwerkt of geleverd.

- Batch grootte: Dit is de totale hoeveelheid materiaal binnen één batch.

- Batchnummer: Dit is een uniek nummer waarmee een batch materiaal of product wordt geïdentificeerd.

- Besteld: Dit is de hoeveelheid en/of waarde die is besteld.

- Betalingsconditie: Dit zijn de afgesproken betaalvoorwaarden, zoals betalingstermijn of wijze van betalen.

- Bronmateriaal: Dit is het oorspronkelijke materiaal waaruit de batch bestaat.

- Container: Dit is de transport- of opslageenheid voor bulk- of batchmateriaal.

- Contract extern Nr.: Dit is een contractnummer dat door de externe partij wordt gehanteerd.

- Contract Nr.: Dit is een uniek intern nummer waarmee het contract wordt geïdentificeerd.

- Contract reeks: Dit is een groepering of serie waartoe het contract behoort, vaak gebruikt voor structurering of rapportage.

- Contract referentie: Dit is een overkoepelende referentie of naam waaronder het contract wordt geregistreerd.

- Contract verkoop: Dit is het verkoopcontract waaraan de order of levering is gekoppeld.

- Datum eerste vracht (in): Dit is de datum waarop de eerst inkomende vracht van de batch is ontvangen.

- Datum laatste vracht (in): Dit is de datum waarop de laatst inkomende vracht van de batch is ontvangen.

- Doorlooptijd ana. kort: Dit is een korte (minimale) doorlooptijd van het analyseproces.

- Doorlooptijd ana. lang: Dit is eenlange (maximale) doorlooptijd van het analyseproces.

- Doorlooptijd prod. kort: Dit is een korte (minimale) doorlooptijd van het productieproces.

- Doorlooptijd prod. lang: Dit is een lange (maximale) doorlooptijd van het productieproces.

- Euro: Dit is de bijbehorende geldwaarde in euro's.

- Geleverd: Dit is de hoeveelheid en/of waarde die daadwerkelijk is geleverd.

- Gewicht: Dit is het totale gewicht van de geleverde goederen, meestal uitgedrukt in kilogrammen of tonnen.

- Goederen code: Dit is een unieke code waarmee een type goed of materiaal wordt geïdentificeerd binnen het systeem.

- In/Uit: Dit geeft aan of het contract betrekking heeft op de inkoop (in) of verkoop (uit).

- Ingaande stroom - Handelscontracten: Dit is de inkomende goederenstroom die voortkomt uit een inkoop- of handelscontract.

- Inkoopprijs: Dit is de prijs waarvoor het artikel is ingekocht.

- Inkoopwaarde: Dit is de totale financiele waarde van de ingekochte goederen binnen de periode, gebaseerd op de inkoopprijs.

- Issue: Dit geeft met ja of nee aan of er een probleem, afwijking of aandachtspunt is geregistreerd voor de batch.

- Kist: Dit is de fysieke verpakkingseenheid waarin materiaal of product is opgeslagen.

- Label: Dit is een kenmerk of aanduiding (kleur, code of tekst) voor snelle herkenning of classificatie.

- Leverbaar: Dit geeft aan (en in welke mate) het artikel beschikbaar is voor levering.

- Leverdatum: Dit is de datum waarop de levering daadwerkelijk plaatsvindt of is gepland.

- Leveringsconditie: Dit is de overeengekomen leveringsvoorwaarden, bijvoorbeeld plaats of verantwoordelijkheid.

- Leveringstermijn: Dit is de afgesproken periode waarbinnen de levering plaatsvindt.

- Locatie herkomst: Dit is de fysieke locatie waar het materiaal oorspronkelijk vandaan komt.

- Nr.: Dit is het volgnummer waarmee een record of contractregel uniek en overzichtelijk wordt geïdentificeerd.

- Omschrijving: Dit is de tekstuele beschrijving van het artikel of materiaal.

- Omvang contract (ton): Dit is de totale hoeveelheid goederen die contractueel is vastgelegd, uitgedrukt in tonnen.

- Ontdoener: Dit is de partij die het materiaal aanbiedt of laat afvoeren, de oorspronkelijke aanbieder.

- Periode: Dit is de tijdsduur waarover de gegevens worden geregistreerd of gerapporteerd.

- Prio: Dit geeft met ja of nee aan of de batch of order een prioriteit zijn.

- Prod. fin. verw.: Dit geeft met ja of nee aan of wordt verwacht dat de productie financieel kan worden afgerond.

- Productie gereed: Dit geeft aan dat de productie van de batch is afgerond.

- Productieorder: Dit is een opdracht om een specifieke hoeveelheid product te produceren.

- Proef: Dit geeft met ja of nee aan of het om een proefbatch gaat.

- Reeds geleverd (ton): Dit is de hoeveelheid van het contract die al daadwerkelijk is geleverd, uitgedrukt in tonnen.

- Referentie extern: Dit is het referentie- of contractnummer dat door de externe partij (relatie) wordt gebruikt.

- Referentie intern: Dit is de interne code of kenmerk waarmee het contract binnen de organisatie wordt geregistreerd.

- Regelid: Dit is een unieke identificatie van een specifieke regel binnen een order of batchregistratie.

- Relatie: Dit is de tegenpartij van het contract, zoals een klant of leverancier.

- Resultaat: Dit is het financiele of administratieve resultaat dat aan het contract gekoppeld is.

- Status: Dit is de huidige voortgangstoestand van order, batch of contract.

- Te versturen vanaf (min ton HM): Dit is de minimale hoeveelheid (in tonnen) die moet zijn bereikt voordat verzending plaatsvindt volgens interne (HM) afspraken.

- Tot: Dit is de einddatum van de looptijd van het contract.

- Transportorder: Dit is de opdracht voor het vervoeren van materiaal of producten.

- Type materiaal: Dit is de classificatie of het soort materiaal.

- Uitgaande stroom - Verkoopcontract: Dit is de uitgaande goederenstroom die voortkomt uit een verkoopcontract.

- Vak: Dit is het aangewezen opslagvak of locatie binnen het magazijn.

- Van: Dit is de begindatum van de looptijd van het contract.

- Verkoopprijs: Dit is de prijs waarvoor het artikel wordt verkocht.

- Week Nr.: Dit is de kalenderweek waarop de afroep of levering is gepland.

Module onderhoud materieel

- Artikelnr.: Dit is het artikelnummer dat een specifiek product of dienst onderscheidt binnen de catalogus.

- Categorie: Dit is de groep of classificatie waartoe het artikel behoort, bijvoorbeeld Algemeen.

- Eenheid: Dit is de meeteenheid of hoeveelheid waarin het artikel wordt verkocht, zoals 'stuk', 'uren' of 'set'.

- Klant: Dit is de afnemer of organisatie waarvoor het artikel bestemd is.

- Leverancier: Dit is een partij die goederen of diensten levert aan een bedrijf.

- Merk: Dit is het merk of de fabrikant van het artikel.

- Naam: Dit is de officiële naam of title van het artikel of de dienst.

- Omschrijving: Dit is een korte beschrijving van het artikel, waarin details of kenmerken worden vermeld.

- Type: Dit is een specifiek model of variant van het artikel binnen een merk.

- Verkoopprijs (excl.): Dit is de prijs van het artikel exclusief belastingen.

Module online boekhouden

- Accrual accounting: Een boekhoudmethode waarbij inkomsten en uitgaven worden geregistreerd wanneer ze worden verdiend of gemaakt, ongeacht wanneer de betaling plaatsvindt. Dit zorgt voor een nauwkeuriger beeld van de financiële situatie.

- Activa: De bezittingen van een onderneming, zoals gebouwen, machines, voorraden en vorderingen. Deze worden gebruikt om inkomsten te genereren.

- Afschrijvingen: De boekhoudkundige verwerking van de waardevermindering van activa door veroudering of slijtage. Dit wordt jaarlijks gedaan volgens een vastgesteld percentage.

- Audit: Een onafhankelijk onderzoek naar de financiële verslagen van een onderneming om te beoordelen of deze een getrouw beeld geven van de werkelijkheid. Audits worden vaak uitgevoerd door externe accountants.

- Balans: Een overzicht van de bezittingen, schulden en het eigen vermogen van een onderneming op een bepaald moment. Het geeft een momentopname van de financiële situatie.

- Begroting: Een financieel plan waarin de verwachte inkomsten en uitgaven van een onderneming voor een toekomstige periode worden vastgelegd. Het helpt bij het beheersen van de financiën.

- Bezittingen: De officiele boekhoudterm is activa. De bezittingen van een onderneming, zoals gebouwen, machines, voorraden en vorderingen. Deze worden gebruikt om inkomsten te genereren.

- Boekdatum: Deze datum mag afwijken van de factuurdatum. Het betreft de datum waarop de inhoud van de factuur betrekking heeft. Het helpt bij een juiste financiële rapportage.

- Boekingsperiode: Dit is een periode van boekingsdatums. Deze datum mag afwijken van de factuurdatum. Het betreft de datum waarop de inhoud van de factuur betrekking heeft. Het helpt bij een juiste financiële rapportage.

- Boekjaar: De periode van twaalf maanden waarover een onderneming haar financiële resultaten rapporteert. Dit hoeft niet samen te vallen met een kalenderjaar.

- Brutowinst: De omzet min de directe kosten van de verkochte goederen of diensten (kostprijs). Het geeft aan hoeveel winst er overblijft na aftrek van de kosten van verkopen.

- BTW (Belasting Toegevoegde Waarde): Een belasting die wordt geheven op de verkoop van goederen en diensten. Deze belasting wordt door de consument gedragen en afgedragen door de onderneming.

- Consolidatie: Het samenvoegen van de financiële resultaten van een moederbedrijf en haar dochterondernemingen tot een rapportage. Dit geeft een totaalbeeld van de groep.

- Contracten: Met de contracten module kan een klant de kosten per leverenacier begroten en controleren wat de afwijkingen zijn bij de facturatie.

- Credit: Credit verwijst naar de rechterkant van een boekhoudkundige rekening waar alle inkomsten (in de w&v-rekening) en verplichtingen (in de balans) worden vastgelegd. Het geeft aan dat geld uit de organisatie gaat of dat er een toename is in passiva / schuld.

- Crediteuren: Partijen aan wie de onderneming nog geld verschuldigd is voor geleverde goederen of diensten. Het zijn kortlopende verplichtingen.

- Dagboek: Een dagboek in de boekhouding is een register waarin dagelijkse financiële transacties chronologisch worden vastgelegd, zoals in- en uitgaven, verkoop en inkopen. Het vormt de basis voor verdere verwerking in de grootboekadministratie.

- Debet: Debet verwijst naar de linkerkant van een boekhoudkundige rekening waar alle uitgaven (in het resultaat) en bezittingen (in de balans) worden geregistreerd. Het vertegenwoordigt geld dat de organisatie ontvangt of een toename in activa / bezit.

- Debiteuren: Partijen die nog geld aan de onderneming verschuldigd zijn voor geleverde goederen of diensten. Dit zijn toekomstige inkomsten.

- Dividend: Een winstuitkering aan de aandeelhouders van een onderneming. Het kan periodiek of incidenteel worden uitgekeerd, afhankelijk van het winstbeleid.

- Dubbel boekhouden: Een boekhoudsysteem waarbij elke financiële transactie wordt vastgelegd met een gelijk debet- en creditbedrag. Dit zorgt voor een sluitende boekhouding.

- Eigen vermogen: Het verschil tussen de bezittingen en de schulden van een onderneming. Het is het deel van de activa dat toebehoort aan de eigenaren.

- Eindeboekjaar: De periode van twaalf maanden waarover een onderneming haar financiële resultaten rapporteert. Dit hoeft niet samen te vallen met een kalenderjaar.

- Factuur: Een schriftelijk bewijs van een transactie, waarin de geleverde goederen of diensten en de te betalen bedragen zijn gespecificeerd. Het is een juridisch bindend document.

- Factuurdatum: Een factuurdatum is de datum waarop de factuur verstuurd is aan de afnemer van jouw goederen of diensten. Deze datum mag nooit eerder zijn dan de daadwerkelijke datum dat je de factuur maakt maar ook niet later dan de vijftiende dag na de maand waarin je je dienst of goed hebt geleverd.

- Factuurnummer: Een factuurnummer is een uniek identificatienummer dat aan elke factuur wordt toegekend, waarmee deze onderscheidbaar is van andere facturen. Dit nummer volgt meestal een logische of chronologische volgorde en helpt bij het bijhouden en verwerken van betalingen en boekhouding.

- Factuurreferentie: Een factuurreferentie is een plek op de factuur waarop aangegeven staat om welke betaling het precies gaat. Met een ordernummer, bestelnummer of inkoopnummer kan precies bijgehouden worden om welke factuur het gaat en welke allemaal al voldaan zijn.

- Financiële verslaggeving: Het proces van het opstellen van financiële rapporten, zoals de balans en winst-en-verliesrekening. Dit helpt stakeholders bij het beoordelen van de prestaties van de onderneming.

- G-rekening: Een G-rekening, of geblokkeerde rekening, is een speciale bankrekening die door ondernemers wordt gebruikt om belastingverplichtingen en sociale premies voor werknemers te waarborgen. Deze rekening wordt vaak ingezet in de bouwsector en andere risicovolle sectoren om ervoor te zorgen dat de btw en loonheffingen die aan de overheid moeten worden afgedragen, daadwerkelijk worden betaald. Geld op een G-rekening kan alleen worden gebruikt voor het voldoen aan deze specifieke verplichtingen, waardoor de kans op belastingfraude wordt verkleind.

- Goodwill: De waarde van de reputatie en klantrelaties van een onderneming, die wordt meegenomen bij overnames. Het verschil tussen de betaalde prijs en de boekwaarde van activa.

- Grootboek: Een verzameling van alle financiële transacties van een onderneming, gerangschikt per categorie. Het vormt de basis voor financiële rapportages.

- Grootboekrekening: Een grootboekrekening is een rekening in de boekhouding waarin alle financiële transacties van een specifieke categorie, zoals activa, passiva, inkomsten of uitgaven, worden samengevoegd en geclassificeerd om een overzicht van de financiële positie van een organisatie te bieden.

- Huurkosten: De kosten die een onderneming maakt voor het huren van gebouwen, machines of andere bedrijfsmiddelen. Deze kosten worden periodiek betaald.

- Interne controle: Het geheel van procedures en systemen dat een onderneming invoert om ervoor te zorgen dat haar activiteiten effectief en efficiënt worden uitgevoerd en dat de financiële rapportages betrouwbaar zijn.

- Inventaris: De voorraden van een onderneming die bedoeld zijn voor verkoop of productie. Dit omvat zowel grondstoffen als eindproducten.

- Jaarrekening: Het financiële verslag van een onderneming over een boekjaar, bestaande uit de balans, winst-en-verliesrekening en toelichting. Het biedt een samenvatting van de financiële prestaties.

- Journaalpost: Een boekhoudkundige notitie die de debet- en creditzijde van een transactie vastlegt. Het wordt gebruikt om financiële gebeurtenissen te registreren.

- Kapitaal: Het geld dat door de eigenaren van de onderneming wordt geïnvesteerd voor de opstart of uitbreiding van het bedrijf. Het vormt de basis van het eigen vermogen.

- Kasboek: Een register waarin alle kasontvangsten en -uitgaven worden genoteerd. Het biedt een overzicht van de contante geldstromen.

- Kasstroomoverzicht: Een overzicht van de inkomende en uitgaande geldstromen van een onderneming over een bepaalde periode. Het laat zien hoe een onderneming aan geld komt en waar het naartoe gaat.

- Kortlopende schulden: Schulden die binnen een jaar moeten worden afgelost, zoals leveranciersschulden en kortlopende leningen. Ze worden ook wel vlottende verplichtingen genoemd.

- Kosten: De uitgaven die een onderneming maakt om producten of diensten te produceren of leveren. Dit omvat zowel vaste als variabele kosten.

- Kostenplaats: Een kostenplaats is een specifieke categorie binnen de boekhouding die gebruikt wordt om kosten te registreren en te volgen, vaak gekoppeld aan een bepaald project, afdeling of activiteit.

- Langlopende schulden: Schulden die langer dan een jaar lopen, zoals hypotheken en obligaties. Deze worden vaak gebruikt voor grote investeringen.

- Liquide middelen: Het geld dat een onderneming direct beschikbaar heeft, zoals kasgeld en banksaldi. Deze middelen worden gebruikt voor dagelijkse betalingen.

- Liquiditeit: De mate waarin een onderneming in staat is om haar kortetermijnverplichtingen te voldoen. Een hoge liquiditeit betekent dat er voldoende middelen zijn om aan verplichtingen te voldoen.

- Loonkosten: De totale kosten die een onderneming maakt voor het betalen van salarissen aan werknemers. Dit omvat ook sociale premies en pensioenbijdragen.

- Matchingprincipe: Een boekhoudregel die voorschrijft dat kosten worden toegerekend aan de periode waarin de bijbehorende opbrengsten worden behaald. Het zorgt voor een eerlijke weergave van de winst.

- Netto winst: De winst van een onderneming na aftrek van alle kosten, inclusief belastingen en rentelasten. Dit is de uiteindelijke winst die aan de eigenaren kan worden uitgekeerd.

- Omzet: De totale waarde van de verkopen van een onderneming in een bepaalde periode, exclusief btw. Het geeft de inkomsten uit de kernactiviteiten weer.

- Openstaande crediteuren: Lijst van openstaande inkoopfacturen, die nog niet betaald zijn door jou.

- Openstaande debiteuren: Lijst van openstaande verkoopfacturen, die nog niet betaald zijn aan jou.

- Oprichtingskosten: Kosten die gemaakt worden bij het oprichten van een nieuwe onderneming, zoals notariskosten en inschrijvingskosten. Deze kunnen vaak over meerdere jaren worden afgeschreven.

- Passiva: De schulden van een onderneming, inclusief langlopende en kortlopende verplichtingen. Het is het tegenovergestelde van activa.

- Proforma: Een proforma factuur is een voorlopige factuur die wordt verstrekt voordat de definitieve factuur wordt opgemaakt, vaak gebruikt om de kosten en voorwaarden van een transactie voorafgaand aan de levering aan te geven.

- Relatienummer: Dit is een uniek nummer wat verwijst naar de debiteure of crediteur.

- Rentabiliteit: Het rendement van een onderneming, gemeten als de verhouding tussen de winst en het geïnvesteerd vermogen. Het geeft aan hoe efficiënt een onderneming winst maakt.

- Rente: De vergoeding die een geldlener betaalt aan de kredietverstrekker voor het gebruik van geleend geld. Het kan zowel een kostenpost als een opbrengst zijn.

- Reserves: Gedeelten van de winst die een onderneming apart zet voor toekomstige investeringen of verplichtingen. Ze versterken het eigen vermogen.

- Revervebilling: Met revervebilling of ook wel self-billing genoemd, maakt je zelf de factuur van een zzp-er op, ipv dat de zzp-er aan u een inkoopfactuur verstuurd (die moet worden ingeboekt en betaald). Hierdoor weet je zeker dat wat er gefactureerd is klopt en scheelt.

- Rubriek: DK gebruikt deze term hetzelfde als grootboekrekening: Een grootboekrekening is een rekening in de boekhouding waarin alle financiële transacties van een specifieke categorie, zoals activa, passiva, inkomsten of uitgaven, worden samengevoegd en geclassificeerd om een overzicht van de financiële positie van een organisatie te bieden.

- Rubriekcode: Dit is de BTW code voor de belgische BTW. Vanuit het BTW rooster wordt dan bepaald hoe de BTW geboekt moet worden.

- Solvabiliteit: De verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen van een onderneming. Het is een indicator voor de financiële gezondheid en de mogelijkheid om schulden af te lossen.

- Startboekjaar: De periode van twaalf maanden waarover een onderneming haar financiële resultaten rapporteert. Dit hoeft niet samen te vallen met een kalenderjaar.

- Te betalen: De officiele boekhoudterm is crediteuren: Partijen aan wie de onderneming nog geld verschuldigd is voor geleverde goederen of diensten. Het zijn kortlopende verplichtingen.

- Te ontvangen: De officiele boekhoudterm is debiteuren: Partijen die nog geld aan de onderneming verschuldigd zijn voor geleverde goederen of diensten. Dit zijn toekomstige inkomsten.

- Tegenrekening: Een tegenrekening is de grootboekrekening die tegenover een boeking staat om de boekhoudkundige balans te behouden. Bij elke transactie wordt zowel de grootboekrekening als de tegenrekening aangepast, zodat de totale debet- en creditbedragen in balans blijven.

- Transferpricing: De interne prijsstelling van goederen of diensten tussen verschillende onderdelen van een internationaal opererende onderneming. Het kan invloed hebben op de belastingen.

- Vaste activa: Bezittingen die een bedrijf langer dan een jaar gebruikt, zoals gebouwen, machines en voertuigen. Ze worden afgeschreven over hun levensduur.

- Vlottende activa: Bezittingen die binnen een jaar in geld kunnen worden omgezet, zoals voorraden, debiteuren en liquide middelen. Ze zijn snel beschikbaar voor gebruik.

- Volgnummer: Dit is een volgnummer van de inkoopfacturen. Het wordt vaak gebruikt om stukken terug te kunnen vinden in de eigen administratie.

- Voorraadadministratie: Het systeem waarmee een onderneming de in- en uitstroom van goederen bijhoudt. Dit is belangrijk voor het vaststellen van de juiste waarde van de voorraad.

- Voorzieningen: Reserves die een onderneming aanlegt voor toekomstige uitgaven, waarvan de exacte hoogte en tijdstip nog onzeker zijn. Ze worden op de balans opgenomen als een verplichting.

- Vorderingen: Bedragen die een onderneming nog tegoed heeft van klanten of andere debiteuren. Ze worden als vlottende activa op de balans geboekt.

- Winst-en-verliesrekening: Een overzicht van de inkomsten en uitgaven van een onderneming over een bepaalde periode. Het laat zien of een onderneming winst of verlies maakt.

Module personeel - HRM

- Arbeidsovereenkomst: Een arbeidsovereenkomst is een contract tussen een werkgever en een werknemer waarin de rechten en plichten van beide partijen zijn vastgelegd. Het bepaalt zaken zoals werktijden, salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden.

- Declarabiliteit: Van het aantal uur wat een medewerker geacht wordt te werken volgens zijn contract, hoeveel procent is hij daarvan direct inzetbaar voor klanten of externe projecten?

- Facturabiliteit: Van het aantal uur wat een medewerker geacht wordt te werken volgens zijn contract, hoeveel procent van de uren kunnen zijn direct te herleiden tot een factuur naar de klant?

- Middelen: Welke middelen (pbm's) zijn beschikbaar gesteld aan de medewerker?

- Personeelsplanning: Personeelsplanning is het proces van het analyseren van de huidige en toekomstige personeelsbehoeften van de organisatie. Dit omvat het identificeren van gaten in vaardigheden en het plannen van wervingsinspanningen.

- Urenregistratie: Tijdregistratie is het proces van het bijhouden van de gewerkte uren van medewerkers. Dit is essentieel voor salarisadministratie, vergoedingen en het beheer van projecten.

- Vaardigheden: Vaardighedeninventarisatie is het proces van het in kaart brengen van de vaardigheden en competenties van medewerkers. Dit helpt bij het identificeren van opleidingsbehoeften en het plannen van loopbaanontwikkeling.

- Verlof: Verlofbeheer omvat het proces van het aanvragen, goedkeuren en registreren van verlof van medewerkers. Een effectief verlofbeheer helpt bij het waarborgen van een goede werkplanning en -balans.

- Ziekteverzuim: Ziekteverzuim verwijst naar de periode waarin een werknemer niet in staat is om te werken vanwege ziekte of gezondheidsproblemen. Effectief ziekteverzuimbeheer is cruciaal voor de continuïteit van de organisatie.

Module productie

- A/h werk: Dit staat voor Aan het werk en wordt gebruikt in de context van productie of projectplanning om aan te geven dat een opdracht/activiteit uitgevoerd moet worden. Het gaat dus om de werkelijke uitvoering van de taken.

- Aangemaakt: Dit is de datum waarop een artikel of barcode in het system is geregistreerd.

- Actie: Dit is de handeling die is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd met het item of de barcode.

- Barcode: Dit is een unieke streepjescode of QR-code die aan een artikel, product of object gekoppeld is. Hiermee kan het item snel worden gescand, gevolgd en geïdentificeerd in het system.

- Besteldatum: Dit is de datum waarop de bestelling is geplaatst.

- Economische voorraad: Dit is de voorraad die financieel of boekhoudkundig in het system wordt geregistreerd. Dit is de waarde van alle aanwezige artikelen volgens de administratie.

- Eenheid: Dit is de meeteenheid van het artikel, bijvoorbeeld stuk.

- Geboekt: Dit is het bedrag dat al in de boekhouding is vastgelegd of officieel verwerkt.

- Geleverd: Dit is de waarde van de goederen of diensten die daadwerkelijk aan de klant zijn geleverd.

- Geproduceerd: Dit is het aantal eenheden dat daadwerkelijk geproduceerd of gereed is voor levering.

- Herhaalafspraken: Dit verwijst naar terugkerende of periodiek geplande werkzaamheden die op vaste momenten uitgevoerd moeten worden.

- Ingepland: Dit geeft aan dat de activiteit of productieopdracht in de planning is opgenomen en een vast tijdstip, datum of productieslot heft gekregen.

- Maximale voorraad: Dit is het hoogste voorraadniveau dat wordt toegestaan.

- Minimale voorraad: Dit is het laagste voorraadniveau dat aangehouden moet worden om tekorten en productie- of leveringsproblemen te voorkomen.

- Open: Dit is het bedrag dat nog niet geboekt, geleverd of geaccodeerd is en dus nog openstaat als nog te verwerken of te betalen.

- Ordernummer: Dit is het unieke nummer dat een bestelling identificeert in het systeem.

- Produceren: Dit is het aantal eenheden dat bijgemaakt of geproduceerd moet worden om de voorraad weer op peil te brengen of aan de vraag te voldoen.

- Productieinstallatie: Dit is de fysieke of technische voorziening waarin producten worden gemaakt, verwerkt of samengesteld. Dit kan een machine, assemblagelijn of volledige fabriek zijn.

- Projectnummer: Dit is het nummer van het project waaraan de bestelling gekoppeld is.

- Relatie: Dit is de klant, organisatie of contactpersoon waarvoor de bestelling is geplaatst.

- Standaard levertijd: Dit is de gebruikelijke tijd die een leverancier nodig heft om het artikel te leveren, vanaf het moment van bestelling.

- Status: Dit is de huidige staat van het artikel. Dit helpt bij het volgen van de beschikbaarheid en het gebruik van het artikel.

- Te accorderen: Dit is het bedrag dat nog gecontroleerd en goedgekeurd moet worden voordat het verder in de administratie of facturatie wordt verwerkt.

- Te leveren: Dit is de waarde van de goederen of diensten die nog geleverd moeten worden volgens de bestelling of planning.

- Verwachte leverdatum: Dit is de datum waarop de bestelling naar verwachting bij de klant of locatie geleverd wordt.

- Werkvoorraad: Dit is de fysieke voorraad die daadwerkelijk beschikbaar is voor gebruik of verkoop, rekening houdend met reserveringen voor projecten of opdrachten.

Module projectmanagement

- Agile: Een flexibele projectmanagementmethode die iteratief werkt en gericht is op continue verbetering. Het is vaak toegepast in softwareontwikkeling.

- Baseline: De oorspronkelijke goedgekeurde projectplanning en -scope. Het dient als referentie om de voortgang van het project te meten.

- Begrotingsregel: Een projectbegrotingsregel is een specifieke regel of post binnen de begroting van een project. Het dient als een gedetailleerde schatting of budgetonderdeel dat een bepaald aspect van het project dekt, zoals materialen, arbeid, of uitbesteed werk.

- Bewaakpost: Een bewaakpost binnen een project en boekhouding is een specifieke kostenpost of activiteit die nauwlettend wordt gevolgd om afwijkingen ten opzichte van het budget of de planning te signaleren. Het helpt bij het tijdig identificeren van financiële of operationele risico's en zorgt voor betere controle over de voortgang van het project.

- Budgettering: Het proces van het schatten van de kosten die nodig zijn om een project uit te voeren. Een goed budget houdt rekening met zowel geplande als onverwachte kosten.

- Change management: Het proces van het beheren van veranderingen in de projectscope, planning of resources. Het zorgt ervoor dat wijzigingen gecontroleerd en goedgekeurd worden voordat ze worden geïmplementeerd.

- Communicatieplan: Een document waarin de communicatiestrategie binnen het projectteam en met de stakeholders wordt vastgelegd. Het specificeert hoe, wanneer en welke informatie wordt gedeeld.

- Declarabiliteit: Van het aantal uur wat een medewerker geacht wordt te werken volgens zijn contract, hoeveel procent is hij daarvan direct inzetbaar voor klanten of externe projecten?

- Deliverables: De tastbare of meetbare resultaten die aan het einde van een project of projectfase worden opgeleverd. Deze moeten voldoen aan vooraf vastgestelde criteria.

- Facturabiliteit: Van het aantal uur wat een medewerker geacht wordt te werken volgens zijn contract, hoeveel procent van de uren kunnen zijn direct te herleiden tot een factuur naar de klant?

- Gantt chart: Een visuele weergave van de projectplanning in de vorm van een horizontale tijdlijn. Het toont taken, hun duur en onderlinge afhankelijkheden.

- Kanban: Een visuele methode voor taakbeheer die taken weergeeft in verschillende stadia van voltooiing. Het is gericht op het optimaliseren van workflow en het voorkomen van bottlenecks.

- Kick-off meeting: De eerste bijeenkomst van het projectteam en de stakeholders om het project te starten. Het doel is om verwachtingen te scheppen en de projectdoelen duidelijk te communiceren.

- Kritieke pad methode (CPM): Een techniek die de langste reeks afhankelijke taken in een project identificeert. Deze bepaalt de minimale tijd die nodig is om het project te voltooien.

- Lessons learned: De verzameling van inzichten en ervaringen die tijdens een project zijn opgedaan. Deze worden vastgelegd en gebruikt om toekomstige projecten te verbeteren.

- Milestone: Een belangrijk meetpunt in de projecttijdlijn dat een specifieke mijlpaal markeert. Het helpt om de voortgang van het project te evalueren.

- PMO (Project Management Office): Een afdeling binnen een organisatie die de standaarden, methodologieën en tools voor projectmanagement ondersteunt. Het PMO zorgt voor consistentie en efficiëntie in projectuitvoering.

- Project Charter: Een document dat formeel de start van een project goedkeurt en de doelstellingen, scope, en stakeholders vastlegt. Het dient als referentiepunt voor het projectteam.

- Project Life Cycle: De verschillende fasen die een project doorloopt van start tot afronding, zoals initiatie, planning, uitvoering en afsluiting. Het helpt bij het structureren en beheersen van het project.

- Projectevaluatie: Het proces van het beoordelen van de voortgang en prestaties van een project ten opzichte van de oorspronkelijke doelen en plannen. Evaluaties helpen bij het nemen van beslissingen voor de volgende fasen.

- Projectplan: Een gedetailleerd document dat de doelstellingen, planning, kosten, en risicomanagement van een project beschrijft. Het dient als de routekaart voor het project.

- Resource management: Het toewijzen en plannen van middelen zoals personeel, materiaal en tijd binnen een project. Het doel is om de middelen optimaal te benutten om projectdoelen te bereiken.

- Risicoanalyse: Een methode om potentiële risico's binnen een project te identificeren, te evalueren en te prioriteren. Het helpt bij het plannen van acties om deze risico's te verminderen.

- Risicomanagement: Het proces van het identificeren, analyseren en aanpakken van risico's die het project kunnen beïnvloeden. Dit zorgt ervoor dat risico's proactief worden beheerd in plaats van reactief.

- Scope: De verzameling van doelen, deliverables en taken die moeten worden uitgevoerd binnen een project. Het vaststellen van de scope voorkomt dat er ongeplande taken bijkomen, wat scope creep genoemd wordt.

- Scope creep: Het onbedoeld uitbreiden van de projectscope zonder formele wijzigingen aan te brengen. Dit kan leiden tot budgetoverschrijdingen en vertragingen.

- Scope statement: Een document dat de projectdoelstellingen en de grenzen van het project definieert. Het helpt om verwachtingen te managen en scope creep te voorkomen.

- Scrum: Een specifiek type Agile methode waarbij het project wordt opgedeeld in korte, overzichtelijke sprints. Elke sprint resulteert in een werkend productonderdeel.

- SMART-doelen: Doelen die Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden zijn. Deze methode zorgt ervoor dat doelen duidelijk en haalbaar zijn.

- Sprint: Een korte periode, meestal 1 tot 4 weken, waarin een team werkt aan een specifieke set taken in een Scrum-project. Elke sprint eindigt met een functioneel productincrement.

- Stakeholderanalyse: Een proces waarbij wordt bepaald wie de stakeholders zijn, wat hun belangen zijn, en hoe hun verwachtingen gemanaged moeten worden. Dit helpt om communicatie op maat te maken.

- Stakeholders: De mensen of organisaties die invloed hebben op of worden beïnvloed door het project. Het is belangrijk om hun behoeften en verwachtingen goed te managen.

- Tags: Geef labels aan projecten, of wat dan ook, met een eigen naam, zodat deze later weer terug te vinden zijn onder de bedachte noemer.

- Timeboxen: Een techniek waarbij een vaste tijd wordt toegewezen aan een taak of activiteit om efficiëntie te bevorderen. Na afloop van de tijd wordt het werk stopgezet of opnieuw geëvalueerd.

- Work Breakdown Structure (WBS): Een hiërarchische indeling van het werk dat moet worden uitgevoerd in een project. Het breekt grote taken op in kleinere, beheersbare stukken.

Module relatiebeheer

- Accountbeheer: Het proces van het onderhouden en versterken van relaties met bestaande klanten. Accountmanagers zijn verantwoordelijk voor het maximaliseren van de waarde van deze relaties.

- Automatische processen: Het gebruik van technologie om routinetaken in CRM-processen te automatiseren, zoals e-mails versturen en leads opvolgen. Dit verhoogt de effici?ntie en nauwkeurigheid.

- Contactbeheer: Het proces van het bijhouden van alle interacties en informatie over klanten en leads. Dit omvat namen, contactgegevens en communicatielogboeken.

- Conversie: Het proces waarbij een lead of prospect een klant wordt door een aankoop te doen. Conversieratio's meten het succes van marketing- en verkoopinspanningen.

- CRM-software: Een systeem dat bedrijven helpt bij het beheren van klantinteracties, verkopen en marketingactiviteiten. Het centraliseert klantinformatie en automatiseringen.

- Cross-selling: Het verkopen van aanvullende producten of diensten aan een bestaande klant. Dit helpt bij het verhogen van de omzet per klant.

- Customer feedback: Informatie die klanten verstrekken over hun ervaring met een product of dienst. Feedback wordt gebruikt om de klantbeleving te verbeteren en producten of diensten te optimaliseren.

- Customer journey: De reeks interacties en ervaringen die een klant heeft met een bedrijf, van het eerste contact tot na de aankoop. Het helpt bedrijven om de klantbeleving te optimaliseren.

- Customer lifetime value (CLV): De totale waarde die een klant gedurende zijn relatie met het bedrijf oplevert. Het helpt bij het bepalen van de langetermijnrendabiliteit van klantrelaties.

- Customer service: De ondersteuning die een bedrijf biedt aan klanten voor en na de aankoop. Goede klantenservice draagt bij aan klanttevredenheid en -behoud.

- Data-integratie: Het samenbrengen van klantgegevens uit verschillende systemen om een volledig overzicht van de klant te cre?ren. Dit helpt bij het verbeteren van personalisatie en dienstverlening.

- Klant: Een bedrijf of een persoon, die de intentie heeft om te betalen voor onze diensten.

- Klantbehoud: Het vermogen van een bedrijf om klanten voor een langere periode te behouden. Dit wordt vaak gestimuleerd door goede service en het leveren van toegevoegde waarde.

- Klantloyaliteit: De mate waarin klanten herhalingsaankopen doen en trouw blijven aan een merk. Dit wordt vaak bevorderd door uitstekende klantenservice en beloningsprogramma's.

- Klantprofiel: Een gedetailleerde beschrijving van een klant, gebaseerd op demografische gegevens, koopgedrag en eerdere interacties. Dit helpt bedrijven om gerichte marketing- en verkoopstrategie?n te ontwikkelen.

- Klantrelatiebeheer: Het onderhouden van positieve relaties met klanten door middel van effectieve communicatie en ondersteuning. Het doel is om de klanttevredenheid en -loyaliteit te vergroten.

- Klantsegment: Een groep klanten met vergelijkbare kenmerken zoals demografie, gedrag of behoeften. Segmenten worden gebruikt om gerichte marketing- en verkoopcampagnes te ontwikkelen.

- Klantsegmentatie: Het proces van het opdelen van de klantenbasis in groepen op basis van gemeenschappelijke kenmerken. Dit helpt bij het richten van marketing- en verkoopstrategie?n.

- Klanttevredenheid: De mate waarin een klant tevreden is met de producten, diensten en interacties van een bedrijf. Dit is een belangrijke indicator voor klantloyaliteit en herhalingsaankopen.

- Lead: Een lead is een potentiële klant of zakelijke kans die interesse heeft getoond in een producten of dienst, maar nog geen daadwerkelijke aankoop heeft gedaan

- Lead nurturing: Het proces van het opbouwen van relaties met leads door middel van gerichte communicatie en relevante informatie. Het doel is om hen door de sales pipeline te begeleiden.

- NPS-score: De NPS-score (Net Promoter Score) is een meetinstrument dat aangeeft in welke mate klanten een bedrijf, product of dienst zouden aanbevelen aan anderen. Het wordt berekend door het percentage criticasters (klanten die een lage score geven) af te trekken van het percentage promotors (klanten die een hoge score geven) op een schaal van 0 tot 10.

- Opportunity: Een kans om een verkoop te sluiten met een lead of prospect. Het vertegenwoordigt een potenti?le transactie die verder is gevorderd in de verkoopcyclus.

- Prospect: Een prospect is een potentiële klant waarvan is vastgesteld dat hij interesse heeft in een product of dienst en voldoet aan bepaalde kwalificaties zoals budget, behoefte en besluitvormingsmogelijkheden. Prospects bevinden zich verder in de verkoopfunnel dan leads en worden actief benaderd met het doel hen om te zetten in klanten.

- Rapportage en analytics: Het gebruik van CRM-gegevens om prestaties te meten en inzicht te krijgen in trends. Dit helpt bij het nemen van datagedreven beslissingen.

- Retention: Het behouden van bestaande klanten door hen tevreden te houden en terugkerende aankopen te stimuleren. Het is vaak goedkoper om een klant te behouden dan een nieuwe te werven.

- Sales funnel: Een model dat de verschillende stappen beschrijft die een potenti?le klant doorloopt voordat hij een aankoop doet. Elke stap vertegenwoordigt een fase van het verkoopproces.

- Sales pipeline: Een visuele weergave van de verkoopfasen die een lead doorloopt voordat deze een klant wordt. Het helpt verkopers om hun voortgang bij te houden en prioriteiten te stellen.

- Service level agreement (SLA): Een overeenkomst tussen een bedrijf en een klant over de verwachte dienstverlening. Het definieert responstijden en kwaliteitsniveaus die worden gegarandeerd.

- Suspect: Een suspect is een persoon of organisatie die mogelijk ge?nteresseerd zou kunnen zijn in de producten of diensten van een bedrijf, maar waarvan deze interesse nog niet is bevestigd. Suspects bevinden zich in een vroeg stadium van de verkoopfunnel, voordat ze als lead worden gekwalificeerd.

- Up-selling: Het aanbieden van een duurder of uitgebreider product aan een klant dan hun oorspronkelijke keuze. Het doel is om de gemiddelde verkoopwaarde te verhogen.

Module relatiebeheer (CRM)

- Accountbeheer: Het proces van het onderhouden en versterken van relaties met bestaande klanten. Accountmanagers zijn verantwoordelijk voor het maximaliseren van de waarde van deze relaties.

- Automatische processen: Het gebruik van technologie om routinetaken in CRM-processen te automatiseren, zoals e-mails versturen en leads opvolgen. Dit verhoogt de efficiëntie en nauwkeurigheid.

- Contactbeheer: Het proces van het bijhouden van alle interacties en informatie over klanten en leads. Dit omvat namen, contactgegevens en communicatielogboeken.

- Conversie: Het proces waarbij een lead of prospect een klant wordt door een aankoop te doen. Conversieratio's meten het succes van marketing- en verkoopinspanningen.

- CRM-software: Een systeem dat bedrijven helpt bij het beheren van klantinteracties, verkopen en marketingactiviteiten. Het centraliseert klantinformatie en automatiseringen.

- Cross-selling: Het verkopen van aanvullende producten of diensten aan een bestaande klant. Dit helpt bij het verhogen van de omzet per klant.

- Customer feedback: Informatie die klanten verstrekken over hun ervaring met een product of dienst. Feedback wordt gebruikt om de klantbeleving te verbeteren en producten of diensten te optimaliseren.

- Customer journey: De reeks interacties en ervaringen die een klant heeft met een bedrijf, van het eerste contact tot na de aankoop. Het helpt bedrijven om de klantbeleving te optimaliseren.

- Customer lifetime value (CLV): De totale waarde die een klant gedurende zijn relatie met het bedrijf oplevert. Het helpt bij het bepalen van de langetermijnrendabiliteit van klantrelaties.

- Customer service: De ondersteuning die een bedrijf biedt aan klanten voor en na de aankoop. Goede klantenservice draagt bij aan klanttevredenheid en -behoud.

- Data-integratie: Het samenbrengen van klantgegevens uit verschillende systemen om een volledig overzicht van de klant te creëren. Dit helpt bij het verbeteren van personalisatie en dienstverlening.

- Klant: Een bedrijf of een persoon, die de intentie heeft om te betalen voor onze diensten.

- Klantbehoud: Het vermogen van een bedrijf om klanten voor een langere periode te behouden. Dit wordt vaak gestimuleerd door goede service en het leveren van toegevoegde waarde.

- Klantloyaliteit: De mate waarin klanten herhalingsaankopen doen en trouw blijven aan een merk. Dit wordt vaak bevorderd door uitstekende klantenservice en beloningsprogramma's.

- Klantprofiel: Een gedetailleerde beschrijving van een klant, gebaseerd op demografische gegevens, koopgedrag en eerdere interacties. Dit helpt bedrijven om gerichte marketing- en verkoopstrategieën te ontwikkelen.

- Klantrelatiebeheer: Het onderhouden van positieve relaties met klanten door middel van effectieve communicatie en ondersteuning. Het doel is om de klanttevredenheid en -loyaliteit te vergroten.

- Klantsegment: Een groep klanten met vergelijkbare kenmerken zoals demografie, gedrag of behoeften. Segmenten worden gebruikt om gerichte marketing- en verkoopcampagnes te ontwikkelen.

- Klantsegmentatie: Het proces van het opdelen van de klantenbasis in groepen op basis van gemeenschappelijke kenmerken. Dit helpt bij het richten van marketing- en verkoopstrategieën.

- Klanttevredenheid: De mate waarin een klant tevreden is met de producten, diensten en interacties van een bedrijf. Dit is een belangrijke indicator voor klantloyaliteit en herhalingsaankopen.

- Lead: Een lead is een potentiële klant of zakelijke kans die interesse heeft getoond in een producten of dienst, maar nog geen daadwerkelijke aankoop heeft gedaan

- Lead nurturing: Het proces van het opbouwen van relaties met leads door middel van gerichte communicatie en relevante informatie. Het doel is om hen door de sales pipeline te begeleiden.

- NPS-score: De NPS-score (Net Promoter Score) is een meetinstrument dat aangeeft in welke mate klanten een bedrijf, product of dienst zouden aanbevelen aan anderen. Het wordt berekend door het percentage criticasters (klanten die een lage score geven) af te trekken van het percentage promotors (klanten die een hoge score geven) op een schaal van 0 tot 10.

- Opportunity: Een kans om een verkoop te sluiten met een lead of prospect. Het vertegenwoordigt een potentiële transactie die verder is gevorderd in de verkoopcyclus.

- Prospect: Een prospect is een potentiële klant waarvan is vastgesteld dat hij interesse heeft in een product of dienst en voldoet aan bepaalde kwalificaties zoals budget, behoefte en besluitvormingsmogelijkheden. Prospects bevinden zich verder in de verkoopfunnel dan leads en worden actief benaderd met het doel hen om te zetten in klanten.

- Rapportage en analytics: Het gebruik van CRM-gegevens om prestaties te meten en inzicht te krijgen in trends. Dit helpt bij het nemen van datagedreven beslissingen.

- Retention: Het behouden van bestaande klanten door hen tevreden te houden en terugkerende aankopen te stimuleren. Het is vaak goedkoper om een klant te behouden dan een nieuwe te werven.

- Sales funnel: Een model dat de verschillende stappen beschrijft die een potentiële klant doorloopt voordat hij een aankoop doet. Elke stap vertegenwoordigt een fase van het verkoopproces.

- Sales pipeline: Een visuele weergave van de verkoopfasen die een lead doorloopt voordat deze een klant wordt. Het helpt verkopers om hun voortgang bij te houden en prioriteiten te stellen.

- Service level agreement (SLA): Een overeenkomst tussen een bedrijf en een klant over de verwachte dienstverlening. Het definieert responstijden en kwaliteitsniveaus die worden gegarandeerd.

- Suspect: Een suspect is een persoon of organisatie die mogelijk geïnteresseerd zou kunnen zijn in de producten of diensten van een bedrijf, maar waarvan deze interesse nog niet is bevestigd. Suspects bevinden zich in een vroeg stadium van de verkoopfunnel, voordat ze als lead worden gekwalificeerd.

- Tags: Geef labels aan relaties, projecten, of wat dan ook, met een eigen naam, zodat deze later weer terug te vinden zijn onder de bedachte noemer.

- Up-selling: Het aanbieden van een duurder of uitgebreider product aan een klant dan hun oorspronkelijke keuze. Het doel is om de gemiddelde verkoopwaarde te verhogen.

Module verhuur

- Afronden: Dit is de administratieve handeling waarmee wordt bevestigd dat de geplande activiteit is voltooid en verwerkt in het systeem.

- Artikel: Dit is een bedrijfsmiddel dat tijdelijk wordt verhuurd en waaraan altijd een huurtarief is gekoppeld.

- Artikel nr.: Dit is het interne of externe artikelnummer dat wordt gebruikt voor registratie, zoeken en orderverwerking.

- Artikelnr.: Dit is het interne of externe artikelnummer dat wrodt gebruikt voor registratie, zoeken en orderverwerking.

- Besteller: Dit is de persoon, die de bestelling gedaan heeft voor de debiteur.

- Categorie: Dit is de productgroep waartoe het artikel behoort, bedoeld voor classificatie, analyse en rapportage.

- Contactpersoon: Dit is het primaire aanspreekpunt bij de klant voor communicatie over de opdracht.

- Contactpersoon op locatie: Dit is de contactpersoon van de relatie, met wie medewerkers contact op kunnen nemen op de locatie waar het werk uitgevoerd wordt.

- Debiteur: Dit de organisatie of person die juridisch en financieel verantwoordelijk is voor het betalen van de factuur.

- ID: Dit is een uniek identificatienummer waarmee het artikel eenduidig in het systeem wordt herkend.

- In eigendom: Dit geeft aan of het object eigendom is van het bedrijf.

- In reparatie: Dit geeft aan dat het object defect is en wordt gerepareerd en dus tijdelijk niet beschikbaar is voor verhuur.

- Ingevoerd: Dit is de datum waarop de aanvraag formeel in het systeem is vastgelegd.

- Inhuur derde: Dit verwijst naar het tijdelijk inhuren van een externe partijen, bedrijf of medewerker die niet in loondienst is bij de organisatie.

- Inkoopprijs: Dit is de prijs die de organisatie betaalt aan de leverancier voor het artikel.

- Klant: Dit is de afnemer waarvoor het artikel wordt verkocht.

- Klantreferentie: Dit is een door een klant opgegeven code of referentie die helpt bij herkenning en administratie van het project aan de klantzijde.

- Leverancier: Dit is de partij van wie het artikel wordt ingekocht.

- Locatie: Dit is de plaats waar de werkzaamheden worden uitgevoerd of waar de verhuurde objecten worden gebruikt.

- Medewerker: Dit is de persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de taak of levering.

- Naam: Dit is de officiële benaming van het artikel.

- Omschrijving: Dit is een inhoudelijke beschrijving van het artikel, waarin eigenschappen en toepassingen worden toegelicht.

- Onderhoud: Dit geeft aan dat het object gepland of lopend onderhoud ondergaat en daardoor tijdelijk niet verhuurd kan worden.

- Plandatum: Dit is de datum waarop het artikel wordt ingezet of de werkzaamheden gepland staan.

- Prijs per: Dit is de eenheid waarop de prijs is gebaseerd, bijvoorbeeld per stuk, per dag of per meter.

- Project: Elke aanvraag is gekoppeld aan 1 project. Een project kan wel meerdere aanvragen bevatten. Vanuit de aanvraag makkelijk toe te voegen via de plus. Vaak wordt hier ook de naam van de locatie gebruikt. Dit is de plek waar alle planning en tijdregistratie op geboekt wordt.

- Projectnaam: Dit is de administratieve naam waaronder de opdracht in het system wordt geregistreerd en gerapporteerd.

- Reservering: Het is mogelijk om te werken met reserveringsartikelen.

- Reserveringsartikel: Dit is belangrijk voor de verhuurmodule, wanneer nog niet duidelijk is welk materieel uitgeleverd kan worden. Dit wordt dan het hoofd van een groep artikelen die in de planning gekoppeld zal worden aan het uiteindelijke materieelstuk.

- Start op datum: Dit is de ingangsdatum van de aanvraag.

- Startdatum/Einddatum: De begin- en einddatum van de contractuele periode waarin de werkzaamheden of verhuur plaatsvinden.

- Status: De fase van het process, dit kan: open, in huur, afgerond of afgesloten zijn.

- Stopt op datum: Dit is een indicatieve einddatum. Hier kan later op worden afgeweken.

- Tarief: Dit is het bijbehorende prijsbedrag per eenheid of tijdseenheid waarop de kosten worden berekend.

- Totaal aantal: Dit is het totale aantal gewerkte of ingeplande uren.

- Totaal bedrag: Het totaal bedrag dat betaald moet worden voor die gewerkte uren.

- Verantwoordelijke: Wie is intern verantwoordelijk voor deze aanvraag?

- Verhuurbaar aantal: Hoeveel materieel stukken zijn er beschikbaar voor de verhuur?

- Verkoopprijs: Dit is de prijs waarvoor het artikel wordt verkocht, exclusief BTW.

- VVP: Dit is de door de leverancier of fabrikant geadviseerde verkoopprijs, die dient als richtlijn voor marktconforme prijsstelling.

Module vervoer

- +/- Aankomst: Dit is de verwachte aankomsttijd met een mogelijke afwijking ten opzichte van de geplande tijd.

- Aangemaakt op: Dit geeft de datum en het tijdstip aan waarop de vervoersopdracht in het systeem is ingevoerd.

- Adres: Dit is de straat en huisnummer van de ophaal- of afleverlocatie.

- Afstand: Dit is de lengte van de route, uitgedrukt in kilometers.

- Afzender: Dit is de partij die de goederen aanbiedt voor transport. Deze partij is verantwoordelijk voor het correct aanleveren van de goederen en bijbehorende informatie.

- Artikel: Dit is het product of de goederen die vervoerd worden, vaak gespecificeerd met artikelcode of omschrijving.

- Extern vervoer: Dit is het transport dat wordt uitbesteed aan een externe vervoerder of logistieke dienstverlener.

- Geadresseerde: Dit is de partij die de goederen ontvangt. Deze partij neemt de levering in ontvangst op de afgesproken plaats van aflevering.

- Instructies afzender: Dit zijn aanvullende aanwijzingen van de afzender over hoe het transport moet worden uitgevoerd, zoals g

Aangepast op: 26-01-2026 09:14